|
|
 
DENKEN AAN LATER.
Het is 1993. Ik ben nu 45 jaar en heb eigenlijk de zaakjes
best voor mekaar. Het administratieve servicebureau voor reisbureaus heb ik aan
Marinus overgedragen, de kantoorruimtes worden verhuurd en ik ben nu samen met
Ruud de eigenaar van een reisbureau in Nunspeet. Financieel zit ’t wel goed. Met
nul gulden begonnen en door hard werken toch wat opgebouwd. Getrouwd, vrouw,
2
kinderen, gelukkig, veel vrije tijd. In de zomermaanden wekelijkse fietstochtjes
met vrienden en vriendinnen. Alles kits. Wie doet me wat. Als ik ’t kon ging ik
fluitend door het leven, maar helaas ik kan niet fluiten. Een paar keer per week
rij ik door de Veluwse bossen naar het reisbureau om de cijfertjes weer goed op
een rij te zetten en te kijken of het nog goed gaat. En het gaat goed, leuke
meiden, Ruud waar ik goed mee kan opschieten, goeie omzet, goeie koffie.
Eigenlijk is Ruud de reisbureauman en ben ik meer een ondernemende boekhouder,
die er wat geld heeft ingestoken. Ik hou in de gaten of er onder de streep nog
wat overblijft, zodat we kunnen blijven bestaan. Het tegenwicht voor de
verkopers, die alleen maar aan omzet denken en soms de verhouding tussen kosten
en opbrengsten uit het oog verliezen.
Gelukkig heb ik al vroeg, rond m’n twintigste, een wijze les gehad van mijn
vroegere baas. Die zei “Jan, een gulden bestaat uit tien dubbeltjes, als jij de
dubbeltjes nou goed in de gaten houdt, verdienen we vanzelf een gulden”. Sinds
die tijd hou ik elk dubbeltje in de gaten. Soms keer ik ‘m om. Maar dat helpt
niet, wie voor een dubbeltje geboren is, wordt nooit een kwartje.
Dat ik geen reisbureauman ben, is wel duidelijk. Een baas van een reisbureau,
die zelf nog nooit in een vliegtuig heeft gezeten. Eigenlijk kan dat niet. Ik
zie erg tegen vliegen op en ik durf niet te bekennen, dat ik niet durf.
En
misschien durf ik ook wel. Met een serestaatje en flink wat alcohol kom ik een
paar uur vliegen toch wel door ? Even uitstellen nog.
In de tijd dat ik de midlife crisis zou moeten hebben, gaat
’t met mij dus best. Vooral ook, omdat er regelmatig een leuk feestje is en
minder, omdat ik dan ’s morgens wat zompig wakker wordt. De verdiensten zijn
goed, het werk is leuk, sommige dagen is het hard werken. Hoewel onze Theet, die
op ’t land de witlof en de spruiten onderhoudt, zou zeggen: “Oh, Jan, die werkt
niet, die zit op kantoor”.
Vijfenveertig. De leeftijd, waarbij je al kunt gaan terugkijken, maar ook de
leeftijd waarbij je aan later gaat denken. ’s morgens sta je al wat stijf en
stram op, het voetballen is al een aantal jaren achter de rug, de
rechter-voetbalknie, die een band mist, maakt bijna elke vorm van sporten
onmogelijk. Ja, wandelen en fietsen dat kan nog. De ouwe hernia vindt lang
werken in de tuin niet goed. Is niet erg, kort werken in de tuin komt mij beter
uit. Maar goed, je denkt toch, het zal niet beter worden en hoe moet ’t als ik
straks in de AOW zit. Werken is dan gebeurd en er moet toch voldoende inkomen
zijn. Het woord pensioen valt. Als kleine ondernemer nog nooit wat aan gedaan.
En dan slaat het noodlot toe. Er valt een folder van
Spaarbeleg op de mat.

|
|