|
|
 
DE OPENBARING VAN 2004.
Al gauw na de uitbundige millennium feesten raakt de beurs
in verval. De koersen zakken in een paar jaar tijd van een index van 700 naar
onder de 300. Dus de waarde van mijn belegde inleg zal ook mee dalen.
Aegon meldt negatieve resultaten:
2001 -13,1
2002 -33,2
Maar in 2003 klimmen we al weer uit het dal. Er wordt een keurig rendement
gemaakt van 12,3 %.
Het historisch rendement over de afgelopen 20 jaar is
gezakt, maar nog steeds 10,64 %. Dus boven de 10%, waarmee ik rekening hou.
Bovendien heb ik de laatste jaren ook steeds een opgave gekregen van de
einduitkering die mij te wachten staat bij dat rendement. Geen reden om me
zorgen te maken, een rendement van 10%, dus de 362.000 gulden, is nog steeds
intact.
Maar met ingang van de opgave over 2003, komen er echter
opeens verontrustende termen te voorschijn. Ik heb inmiddels meer dan 10 jaar
maandelijks gestort. Meer dan 60.000 gulden.We gaan het nu plotseling hebben
over brutorendement en nettorendement.
Het voorbeeld eindkapitaal, dat einde 2001 nog op € 185.100 stond, is in twee
jaar tijd alarmerend gezakt.
Bij een historisch rendement, de altijd genoemde percentages blijken nu bij het
brutorendement te horen, hoort een nettorendement van 4,27% en daar hoort nu een
voorbeeldeindkapitaal bij van € 85.290.

De haren rijzen me te berge. Zijn er maar een paar, dus het is een klein
bergje.
Hoe kan dat nou. In de afgelopen twee jaar geven ze me
rendementen op van -33,2 % voor 2002 en + 12,3% voor 2003. Dat is gemiddeld
10,5% negatief. Daardoor kan dat eindkapitaal toch van 1 januari 2002 tot 31
december 2003 niet ineens met meer dan 50% zijn weggezakt ? Tot 31 december
2003 heb ik € 27.800 ingelegd en de waarde is nog slechts € 18.900. Tien jaar
sparen en een verlies van € 9.000. Dat zit niet goed.
Ineens is mijn gedachte pensioenbasis uit elkaar gespat.
Dit is mij allemaal te onduidelijk. Daar moet ik
opheldering over hebben. Daar moet ik over denken. De diesel start op en ik tuf
een uur rond de keukentafel. Al denkend raak ik flink gefrustreerd. De kop wordt
steeds rooier, de adrenaline spat tegen de muur. Ik moet weten hoe dit in elkaar
steekt. Op 27 februari 2004, twee dagen voor de datum die ons zegt dat dit een
jaar van schrik zal zijn, schrijf ik een brief aan Spaarbeleg
. Ter attentie
van de directie, nog wel. Ja, ik heb nog de illusie, dat de directeur mijn brief
persoonlijk zal lezen. Ik vraag om opheldering. Op 23 maart 2004 krijg ik
antwoord van mevrouw meester W. Een brief van drie kantjes.
Ik denk de brief rustig te gaan lezen aan de keukentafel,
maar de onrust slaat al gauw toe, ik kan niet blijven zitten. Al lezend loop ik
100 rondjes rond de keukentafel. En na het lezen nog eens 100 rondjes. Al
denkend. Het zoemt in mijn hoofd en volgens mijn vrouw praat ik met overslaande
stem. Om beurten raak ik van de kook of spring ik uit m’n vel. Ik word er echt
wel flink warm of koud van.
Maar ik weet nu tenminste hoe ’t zit.
Het is in elk geval volledig anders dan in 1993 in de folder, de overeenkomst en
de voorwaarden naar voren kwam.
Het zit zo volgens mevrouw meester W:
Ik betaal maandelijks € 226,89
Daar gaat dan eerst € 64,49 vanaf vanwege een overlijdensrisicopremie.
Dan gaan er nog de beheerskosten van 0,8% per jaar af.
En mevrouw meester W schrijft dat er ook nog de maandelijkse aankoopkosten
worden afgehaald. Dat is ca. 0,3% van de inleg.
Dat laatste is volgens mij niet overeengekomen ! Maar goed, daar zeur ik later
nog wel over.
Van het dan overblijvende bedrag, dus veel minder dan vooraf was bedacht, worden
voor mij participaties aangekocht.
Eerst even de
overlijdensrisicoverzekering beschrijven.
Ik ben nu meer dan 10 jaar deelnemer en nu verneem ik, op mijn dringende vragen,
dat er een dergelijk onbeschoft hoog percentage wegens overlijdensrisicodekking
wordt afgehouden. € 64,49 over € 226,89.
Dat is ongeveer 28,5%. De stoom komt
uit m’n oren.
Moet je je voorstellen.
Ze gaan er zo’n beetje van uit, dat als 600.000 mensen deelnemen aan KoersPlan,
dat er dan vóór het einde van de looptijd 150.000 dood zullen zijn.
Gewetensvolle actuarissen zullen bij het vernemen van dit percentage gieren van
de lach. Aegon blijkt het gewoon zo te doen. Zonder opgave aan de betrokkenen.
Dit kun je toch geen normaal zakendoen noemen. Dat iemand geld wil verdienen,
oké., maar dit is niet normaal. Dit lijkt wel heel erg op belazeren !
Maar ik snap ’t wel. Ze hebben natuurlijk geweten, dat ze ooit op de proppen
moesten komen met deze informatie. Ja, en als dan iemand dit begrijpt, schrikt
ie zich dood. “Plof, moeten we al weer uitkeren.”
En als hij zich niet direct
dood schrikt, krijgt hij op slag hoge bloeddruk en dat zijn uitgerekend de
mensen, die als tijdbom door het leven gaan, dus behoren tot de groep met een erg
hoog risicopercentage. “Je zult het maar treffen, hebben wij van KoersPlan
alleen maar van die klanten met een groot overlijdensrisico. De premie zou
eigenlijk nog omhoog moeten”.
Al die dooien heeft overigens ook een voordeel. Uit de
brief begrijp ik, dat bij het overlijden van die 150.000 mensen, de bedragen die
zij hebben ingelegd plus het rendement allemaal voor de overlevenden zullen
zijn.
Dat heet overlevingswinst.
Dus (als ik het red en blijf leven) heb ik met die andere 450.000 mooi de
bedragen van die overledenen erbij. Zonder wat op de beurs te doen, maken we toch
al gauw zo’n 20% rendement door het geld van de gestorven mededeelnemers.
Of is dat verkeerd gedacht. Ja, dat is verkeerd gedacht.
Volgens actuariële gegevens dient de verzekeringsmaatschappij bij een normale
leeftijdsgroep rekening te houden met een minimaal percentage (hooguit 2% of
3%) uitkeringen. Deze 2% is nog erg hoog aangehouden en afhankelijk van het
risico, de ouderdom, van de deelnemers.
En ik vermoed, dat dat bij KoersPlan nog wel meevalt. Het is niet zo
aannemelijk, dat iemand op zijn 60ste of 70ste nog een
dergelijke financiële overeenkomst aangaat met een looptijd van 20 jaar. Dus er
gaan van die 600.000 echt geen 150.000 mensen dood.
Dus die hoge overlijdenspremie steken ze fijn in hun zak ?
Nee, dat valt wel mee. Want als het meevalt met het aantal
dooien hebben ze nu bedacht, dat er een extra uitkering komt. Dat is de
rendementsuitkering. Uit de winst van de overlijdensrisico pot wordt aan de
deelnemers, die vóór 1996 een overeenkomst hebben afgesloten en dat ben ik ook,
aan het eind van de looptijd een extra uitkering gedaan. Behalve als je
tussentijds stopt, dan krijg je niets. Waarom eigenlijk niet ? Welke bond is
daarmee akkoord gegaan en waarom ?. De mededeling op mijn jaaroverzicht
“Rendementsuitkering
€ 2.050” geeft aan wat ik kan verwachten.
Bij mij zit het met de overlijdensrisicobetalingen en de
rendementsuitkering financieel zo:
Over de hele looptijd wordt ingehouden: 240 keer € 64,49 = € 15.747,60
Men heeft nu al de verwachting dat in die pot winst zal ontstaan (hoe zouden ze
daar nou toch bij komen ?) en dan krijg ik € 2.050 terug.
Dus per saldo betaal ik voor de verzekering € 15.750 – 2.050 = € 13.700,00.
En zo werkt het dus bij al die 600.000 anderen ook.
Er van uitgaande dat mijn overeenkomst het gemiddelde is van een veelvoud van
100.000 (hadden we eerder afgesproken) betekent dit,
dat er in de Aegon dooienpot ongeveer 1,4 miljard euro
blijft zitten. Nee, niet 1,4 miljoen, maar 1,4 miljard, €
1.400.000.000,00
Daar moeten ze dan uitkeringen wegens overlijden van
deelnemers van betalen. De betaalde inleg met 4% rente over rente. De
uitkeringen zullen in geen verhouding staan tot de premie-opbrengst.
De bedenker van dit systeem zal toch zeker wel een mooie bonus hebben ontvangen
?
Gelukkig zijn er intussen stichtingen opgestaan, die
later de hoogte van de premie naar beneden hebben gepraat. Maar daarmee is
waarschijnlijk ook weer de rendementsuitkering vervallen. Op mijn laatste
overzichten wordt daarover niets meer vermeld.
Dan moeten we het nog even over de koerswaarde van de
participaties hebben. Daarover heb ik uit de brief van mevrouw meester W iets
vreemds begrepen. Ik lees: “Per 29 februari 2004 zijn voor u 1317,4145
participaties aangekocht. De koers van het AEGON Equity Fund per 1 maart
bedraagt
€ 15,48. De waarde van de participaties per 1 maart bedraagt derhalve €
20.393,58”.
Dat is allemaal heel duidelijk.
Maar het gaat me er eigenlijk om, hoe komt de waarde € 15,48 van de
eindejaarskoers van die participaties tot stand ? Hoe ontstaan stijgingen en
dalingen van die koers ? In de brief lees ik de volgende uitleg: “Het
historisch fondsrendement is de totale opbrengst die in een bepaald jaar met
beleggingen wordt behaald, uitgedrukt in een percentage. Deze opbrengst bestaat
zowel uit beleggingsinkomsten (dividend) als uit waardeontwikkeling
(stijging/daling van beurskoersen). De kosten voor het beheer van de beleggingen
zijn hierop in mindering gebracht……”
Ho Ho. Wat lees ik nou: “De kosten voor het beheer van de beleggingen zijn
hierop in mindering gebracht” !!!!!!!!!! En zo ontstaat dan het nettorendement,
op basis waarvan de koerswaarde van de participaties wordt bepaald. En daarvan
wordt weer mijn huidige waarde en nu ook het verwacht eindkapitaal bepaald.
Maar……… Ik betaal toch al beheerskosten volgens de
overeenkomst. Dat is toch die 0,8% die over de jaarlijkse
eindwaarde wordt berekend. Dat was toch die gemiddeld
1.440 gulden per jaar, ofwel in totaliteit die 65 miljoen euro
jaarlijks, die ze volgens overeenkomst op onze inleg in mindering brengen.
Uit hetgeen in deze brief van mevrouw meester W staat,
begrijp ik, dat ik in feite nog eens kosten voor het beheer moet betalen.
En hoeveel. Dat is onduidelijk. (bij de eindafrekening zal ik daar eens dieper
op in gaan)
|
|